woensdag in week 11 door het jaar

2 Kor. 9, 6-11 / Mat. 6, 1-6 + 16-18

Het uiterlijke gebed heeft zijn vaste vorm, getal en ordening volgens het kerkelijk gebruik, zijn vaste tijd in het huis Gods of thuis.
Het innerlijk gebed wordt in je binnenste verricht, op elke plaats, op elk moment, zo dikwijls als hart en verstand zich in vrijheid tot God verheffen. Dit gebed volgt de aanwijzing van de Heer:
'Als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is'. Je huis is je hart. Je draagt het overal bij en je kunt je daarin op elk moment, ook te midden van de mensen, afzonderen en zonder woorden je geest tot God verheffen.

'In dit kamertje van je hart zou de mens zich dikwijls moeten terugtrekken om in de volle warmte van een levend geloof in het verborgene tot God te bidden.' (Dimitri van Rostov)

De overweging van vandaag is ontleend aan de 'Filokalia, het innerlijk gebed', uitg. Ankh-Hermes bv - Deventer

dinsdag in week 11 door het jaar

2 Kor. 8, 1-9 / Mat. 5, 43-48

Jezus zegt: 'Heb je vijanden lief.'

Laat ons eerlijk zijn: voor sommige mensen hebben we gevoelens van sympathie, naar anderen toe eerder gevoelens van antipathie. Blijkbaar is het niet vanzelfsprekend iedereen met eenzelfde liefde tegemoet te treden. En wellicht zijn daar - menselijk gezien - redenen voor.

Laat ons eens proberen hen die ons pijn hebben gedaan en die in ons hart gevoelens van irritatie opwekken, te beminnen met een geheel àndere liefde; met de liefdegevoelens van een nieuw hart; met de liefde van onze hemelse Vader, die toch door de heilige Geest in ons hart is uitgestort.
God laat immers de zon opgaan over zowel de goeden als de slechte mensen, over zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen...


Laten we eens proberen te beminnen met het hart van God.
Laat ons liefhebben met, in en door Christus.


kris

maandag in week 11 door het jaar

2 Kor. 6, 1-10 / Mat. 5, 38-42

Bestrijd het kwaad in de wereld door het kwaad in je eigen hart te bestrijden. In de vrede (van God) blijven én groeien in die vrede.
Dan ben je op weg naar de vrede die de wereld niet kent. Dat is de vrede van het nieuwe hart dat God heeft geschapen bij ons doopsel en wat Hij steeds weer opnieuw schept wanneer wij in moeilijke omstandigheden komen te verkeren en ons naar Hem richten.

11e zondag door het jaar - C

2 Sam. 12, 7-10 + 13 / Gal. 2, 16 + 19-21 / Lc. 7, 36 - 8, 3

De tranen van de zondares waren de bloesem van haar berouw.
Deze tranen, tegelijk van droefheid en van vreugde, banen de weg die zij voortaan zal gaan: het volgen van de Heer.


Het mooie in dit verhaal is dat Jezus haar al gewonnen had nog voor zij zich gewonnen gaf.
Dat is bij ieder van ons zo. Alleen moeten wij de moed hebben naar Hem toe te gaan... Hij die ons roept.


Simon, de Farizeeër, is de man van het zogenaamde 'gerust geweten'. Hij denkt dat hem slechts weinig moet vergeven worden. Maar de ziel van deze vrouw staat open voor de genade. Zij biedt God haar meest kwetsbare zijde aan, wat de liefde toelaat haar hart van steen om te vormen tot een echt mensenhart dat door de Heer zelf genezen is.

Jezus is niet enkel iemand die gewetens opkalefatert. Hij geneest ten diepste het hart. Wanneer men met zijn zonde in alle oprechtheid naar de Heer toegaat, kan Hij inderdaad van een vod een bruiloftskleed maken, van het zaaisel van een boef een heilige oogst.

Ons geweten mag geen lege doos zijn. Laat het een ontmoetingsplaats met God zijn.
En als ons geweten zegt dat we niet goed bezig zijn, laten we ons dan werpen in de armen van Jezus; Hij die op ons wacht, ons wilt genezen, ons wilt laten delen in zijn Pasen.


Laten we naar Hem toegaan. Hij wacht.

zaterdag in week 10 door het jaar

2 Kor. 5, 14-21 / Mat. 5, 33-37

Jezus zegt ons vandaag: 'Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.'

De meeste mensen beginnen hun dag - als het goed is - met goede bedoelingen. Men wilt er een mooie dag van maken, aangenaam voor henzelf en de mensen die zij gaan ontmoeten. Een mooie intentie.

Ook een christen begint zijn dag zo. Als het goed is zijn zijn intenties geworteld in God, intenties gemaakt vanuit het gebed, intenties die hun thuis hebben in de wil van Vader, vervuld van Gods Liefde. Hij wil een dag beleven gehoor gevend aan wat God van hem vraagt, ja zeggend tot de liefde waar deze zich aanreikt in de loop van de dag.

Het is goed om 's morgens voor alle actie deze intenties zuiver te stellen. Met andere woorden: het is goed om de dag te beginnen met gebed. In de stilte van ons hart zal immers God zelf ons tot goede intenties aanzetten. Het voornemen maken om aan deze intenties gehoor te geven is uiteraard van fundamenteel belang. Ons ja moet een ja worden doorheen heel de dag, ons nee (aan het kwaad) moet nee zijn en blijven. Daar ergens tussenin gaan leven, zo zegt Jezus ons vandaag, komt uit den boze.

Met andere woorden: geen lauwheid, maar enkel 'ja', en wel tenvolle. Dat is de vraag, de roep, van het evangelie.
De meeste van ons kunnen dit niet; laten we daarin gewoon eerlijk zijn. En Jezus weet dat, en bemint er ons niet minder om. Wat niet wilt zeggen dat Hij de lat voor ons minder hoog zou leggen. Geen compromissen, de lat blijft waar ze is.


Jezus vraagt van ons dat we ons geven aan zijn aanwezigheid. Hij kent onze duistere kantjes, onze neigingen om lauw te zijn. Deze plekjes wilt Hij aanraken, ze genezen, ze ombuigen naar zijn licht.

Laten we doorheen de dag het gebed levend houden, onze omgang met Jezus gaande houden, zeker op die momenten dat we aanvoelen lauw te worden. Laten we op die momenten zijn hulp inroepen, Hem welkom heten in onze neiging tot lauwheid.
Dit vraagt keuze, dit vraagt liefde voor de liefde.


Laten we ons geven aan Jezus, onze Broer en Heer.

kris

vrijdag in week 10 door het jaar

2 Kor. 4, 7-15 / Mat. 5, 27-32

Wij zijn geschapen, zoals het boek Genesis zegt, naar Gods beeld en gelijkenis. Daar God liefde en trouw is, zijn wij dus ook geschapen naar die liefde en die trouw.
Wanneer we ons verwijderen van God kan het zijn dat we die liefde schaden, alsook die trouw. We schaden dan dàt waartoe we geschapen en geroepen zijn... en dat is jammer, dat is zonde.


Maar de zonde, of het nee-woord van de mens, heeft voor God nooit het laatste woord. Gods liefde bestaat er juist in de zondige mens op te zoeken, om hem op te nemen in zijn barmhartigheid met de bedoeling die mens tot genezing te brengen, hem weer op het pad van de liefde te krijgen.
Dat heeft Jezus gedaan op het kruis voor ieder van ons. Tot in de diepste krochten is Hij afgedaald om elke van God vervreemde mens op te tillen en te bevrijden van al zijn nee-woorden.


Als christenen zouden we ons meer bewust moeten zijn dat we verlost zijn. Anderzijds is het even waar dat er in ieder van ons plekken zijn die nood hebben aan verlossing. Maar dat komt omdat we ons losmaken van de verlossing aan ons gedaan toen op Paasochtend dat de Heer verrees.

De roeping van een christen is een paasmens te zijn, iemand die zich gelovig bewust is dat Jezus hem ten diepste verlost heeft, en dat hij nu, verenigd met Hem, als een vrije mens, kiest voor liefde en rechtvaardigheid, voor verzoening en vrede. En dit eenvoudig en blij, biddend en zingend, samen met zovelen die de Heer bij elkaar brengt.

Kom, laat ons gaan naar de Heer. Laten we onze woonst maken in zijn Hart, om samen zijn liefde te worden, te zijn.

kris

donderdag in week 10 door het jaar

2 Kor. 3, 15 - 4, 1 + 3-6 / Mat. 5, 20-26

Vandaag zegt Jezus:
Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen.


Tot God bidden, eucharistie vieren,... terwijl je met je naaste in onmin leeft kan niet samengaan.
Om met een zuiver geweten tot God te naderen is het dus van belang je te verzoenen met je naaste daar waar het nodig is.
Met je naaste in onmin leven is immers hetzelfde dan met God in onmin leven.
Verzoening met de naaste brengt ons dus dichter bij God, en God kan zich weer een beetje meer tonen in deze wereld die zo’n dorst heeft naar Hem.


kris